Rechter laat BPM-heffing op flexifuel auto in stand
Personenauto’s die zowel op benzine als op E85 kunnen rijden, worden voor de BPM-heffing behandeld als benzineauto’s. Een koper van zo’n auto bestreed in hoger beroep het niet van toepassing zijn van een kortingsregeling.
De rechters van Gerechtshof Arnhem bogen zich in hoger beroep over de vraag of de Europese richtlijn ter bevordering van het gebruik van biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen in het vervoer niet vereist om in de BPM een kortingsregeling voor het gebruik van E85 in te voeren. Volgens het Gerechtshof is dat echter niet vereist. De wetgever heeft een ruime beoordelingsbevoegdheid om de stimulering van biobrandstoffen zelf vorm te geven. De Nederlandse wetgever mocht er dus voor kiezen om dat op een andere wijze dan via de BPM te doen.
Stimulering van biobrandstoffen vindt in Nederland vooral plaats via de accijns. Vanaf 1 april 2010 is voor E85 een nieuwe regeling in werking getreden. De regeling voorziet in een gedeeltelijke teruggaaf van accijns voor duurzaam geproduceerde E85, een mengsel bestaande uit bio-ethanol (ethanol uit biomassa) en benzine. Met die teruggaaf wordt recht gedaan aan het verschil in energiewaarde met benzine. Voor E85 was het accijnstarief van ongelode benzine verschuldigd, terwijl de energiewaarde van E85 ten opzichte van benzine gemiddeld 27% lager is. Daarom wordt vanaf 1 april onder bepaalde voorwaarden een teruggaaf van accijns verleend ter grootte van 27% van het accijnstarief van benzine. De teruggaaf wordt verleend aan de leveranciers, zodat de prijs aan de pomp de prijs inclusief de teruggaaf is.

